Online monumenten legendarische sportverslaggevers

Beeld en Geluid publiceert interactieve verhalen over Theo Koomen, Henk Terlingen en Dick van Rijn

Beeld en Geluid lanceert online monumenten voor legendarische Nederlandse sportverslaggevers Theo Koomen, Henk Terlingen en Dick van Rijn in de vorm van interactieve verhalen vol archiefbeeld en -geluid uit hun carrières. De monumenten zijn het online component van de Sportzomer-activiteiten die Beeld en Geluid in juli en augustus organiseert.

De interactieve verhalen zijn te lezen, bekijken en luisteren op inbeeldengeluid.nl/sportzomer. De verhalen over Theo Koomen en Henk Terlingen zijn nu al beschikbaar, het verhaal over Dick van Rijn wordt op 5 augustus, bij de start van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, gepubliceerd.

Drie sportverslaggevers

Theo Koomen (1929 – 1984) stond bekend om zijn enthousiaste en bevlogen manier van verslaggeven. Zijn beeldend en kleurrijk taalgebruik maakte hem bij radioluisteraars zeer geliefd. Uiterst populair waren zijn verslagen in Radio Tour de France in de jaren 70 en 80, waar Koomen verslag deed van achterop de motor. Of deed alsof...

Henk Terlingen (1960 – 1994) introduceerde een nieuwe manier van presenteren. Hij was rebels, parodieerde erop los en was zelfs verantwoordelijk voor de eerste vloek op de Nederlandse radio. Hij gaf Studio Sport in de jaren 70 een eigen – en eigenzinniger – gezicht en bedreef betrokken journalistiek; in die tijd uniek.

Dick van Rijn (1914 – 1996) was pionier van de sportverslaggeving op de Nederlandse radio. Hij werd vooral bekend van AVRO’s Wekelijkse Sportrevue en NOS Langs de Lijn, en versloeg de Olympische Spelen meermaals. Van Rijn was initiatiefnemer van de AVRO-cross en zette zich in voor amateur- en gehandicaptensport.

Activiteiten Sportzomer

Tot en met 1 september staan sportprogramma’s en sportverslaggevers ook centraal in de activiteiten in het museum van Beeld en Geluid.

Er is een mini-fototentoonstelling achter de schermen bij sportprogramma’s uit de jaren 60, van Studio Sport tot Radio Tour de France. Bij binnenkomst zijn stemmen van verslaggevers meteen te beluisteren en in de filmzaal zijn memorabele fragmenten te zien.

Bezoekers komen zelf in beweging door mee te doen aan het beroemde fietsspel uit het programma Holland Sport en kunnen zich voor een greenscreen in een sportfoto uit het archief plaatsen.

Download PDF
Download PDF
Over Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid is het media-archief van Nederland en de grootste van zijn soort in Europa. Het Instituut speelt een toonaangevende rol op het gebied van beheer en toegankelijk maken van het Nederlandse media-erfgoed. Het gebouw op het Media Park in Hilversum herbergt een dagelijks groeiende collectie van radio, televisie, film, foto’s, muziek, documentaires, nieuwe media, games en internetcultuur. Deze collecties geven een uniek beeld van de geschiedenis van Nederland van de afgelopen honderd jaar en van de ontwikkeling van de audiovisuele media in het bijzonder. Beeld en Geluid is toegewijd om de unieke collectie en de kennis daarover breed toegankelijk te maken voor uiteenlopende doelgroepen, waaronder mediaprofessionals, de creatieve sector, het onderwijs en het algemeen publiek. Door middel van onderzoek en innovatie heeft het instituut zich ontwikkeld tot een brede culturele instelling die met de opgebouwde kennis en infrastructuur een centrale functie inneemt binnen de archief- en mediasector in binnen- en buitenland. Beeld en Geluid ontvangt een structurele Rijksbijdrage op grond van de Mediawet.


The Netherlands Institute for Sound and Vision is an important player when it comes to management and accessibility of Dutch audiovisual heritage. The special building on the Media Park in Hilversum stores a daily growing collection of over 1.000.000 hours of radio, television, film, pictures and music. Sound and Vision is committed to make this unique collection and the knowledge about it widely accessible for diverse audiences, including media professionals, the creative sector, education and the general audience. Through research and innovation, the institute has developed into a broad cultural institution that, with its accumulated knowledge and infrastructure, occupies a central position within the archive and media branch.